Aafje schaft verplichte dubbele medicatiecontrole af

Minder regels, meer vertrouwen en direct 25 minuten tijdswinst per dienst. Bij Aafje is de verplichte dubbele medicatiecontrole op alle locaties definitief verleden tijd. Hiermee zet Aafje vol in op het vakmanschap van haar medewerkers en het verlagen van de werkdruk.

In de zorgsector is de dubbele controle bij risicovolle medicatie al jaren een standaardonderdeel van het proces. Hoewel bedoeld voor de veiligheid, zorgde het in de praktijk vaak voor onnodige onderbrekingen en een hoge administratieve last. Aafje besloot het anders te doen door de verplichting los te laten en te vertrouwen op de expertise van de zorgprofessionals.

De resultaten spreken voor zich

De pilot en de daaropvolgende uitrol laten overtuigende cijfers zien. Het afschaffen van de verplichte handeling heeft geleid tot een direct merkbare verbetering op de werkvloer:

  • Tijdswinst: medewerkers besparen gemiddeld 25 minuten per dienst.
  • Focus: er zijn 90% minder onderbrekingen tijdens de zorgmomenten.
  • Veiligheid: er is géén toename geconstateerd in het aantal medicatiefouten.

Vertrouwen als basis

Bestuursvoorzitter Guy Buck is stellig over de verandering. In een recent interview met Zorgvisie noemt hij het besluit een logische stap. “Laten we vooral naar onszelf kijken,” aldus Buck. “Het afschaffen van deze verplichting is een no-brainer. Waarom wachten op externe partijen als we de werkdruk zelf kunnen verlagen door simpelweg weer te vertrouwen op ons vakmanschap?”

Volgende stap: de wijkverpleging

Het succes op de locaties smaakt naar meer. Aafje onderzoekt momenteel hoe dit concept ook binnen de wijkverpleging kan worden uitgerold. Het doel blijft hetzelfde: de medewerker op één zetten en de regeldruk minimaliseren, zodat de focus volledig terug kan naar waar het om draait: de cliënt.

Benieuwd naar het volledige verhaal achter deze beslissing? Lees het interview met Guy Buck op Zorgvisie.

Over vrijheid bij dementie: van beheersen naar begeleiden en vertrouwen

Laurie den Braber (specialist ouderengeneeskunde), Mandy van Helden (manager zorg en behandeling) en Marco van Duuren (programmamanager behandeling) zijn mede-auteurs van Aafjes zakboekje ‘Open deuren … van idee naar werkelijkheid’. We vroegen hen naar het belang van vrijheid voor mensen met dementie, hun ervaringen in de praktijk én het delen van hun kennis.

Waarom is het belangrijk om vrijheid te waarborgen voor mensen met dementie?

Laurie: “Vrijheid is geen ‘risico’, maar een mensenrecht. Ook voor mensen met dementie. Daarnaast blijkt steeds vaker dat focus op controle en beheersing niet leidt tot betere zorg. Maar juist tot stress, onbegrepen gedrag en verminderde levenskwaliteit. Daarom kozen we er binnen Aafje voor om niet langer uit angst te handelen, maar uit vertrouwen. Die keuze is een verandering die praktisch, juridisch én ethisch betekenisvol is.”

Mandy: “In Aafje Smeetsland hebben we de deuren opengezet. De cliënten met complexe dementieproblematiek kunnen zich vrij bewegen binnen de locatie en, waar dat kan, ook naar buiten. De aanpak is gestoeld op drie pijlers: persoonlijke regie, relationele zorg en professionele verantwoordelijkheid.

Wat zijn jullie ervaringen en resultaten?

Marco: “Praktijkvoorbeelden tonen aan dat vrijheid en veiligheid elkaar niet uitsluiten, maar juist versterken. Door cliënten vrijheid te geven binnen duidelijke juridische kaders ontstaat een nieuw soort veiligheid; gebaseerd op vertrouwen in plaats van controle. Daarbij leren medewerkers cliënten en hun vertegenwoordigers goed kennen en bespreken samen wat vrijheid betekent in het dagelijks leven.”

Laurie: “Alle ethische kwesties worden systematisch besproken in multidisciplinaire teams. Niet de regel staat centraal, maar de vraag: wat is het juiste om te doen voor deze specifieke cliënt of in deze specifieke context? Dit maatwerk leidt tot minder onbegrepen gedrag, meer rust en een groter gevoel van eigenwaarde en autonomie. Ook medewerkers werken met meer plezier en voldoening. Én het gebruik van onvrijwillige zorg neemt af.”

Waarom kozen jullie ervoor om jullie oplossing te delen?

Marco: “De Wet zorg en dwang (Wzd) biedt structuur, maar geen pasklare antwoorden. In de praktijk botsen vrijheid en veiligheid voortdurend. Open deuren vragen om een continue multidisciplinaire afweging. Maar ook om het loslaten van oude aannames en het omarmen van een nieuwe manier van samenwerken. Daar willen we andere organisaties bij helpen.”

Mandy: “Het zakboekje biedt een methode om meer regie terug te geven aan mensen met dementie. Het gaat verder dan een handleiding voor het openen van deuren. Het is het resultaat van bewustwording, passie en samenwerking. Het zakboekje is bedoeld als richtinggevend; niet als voorschrijvend. Teams worden geïnspireerd om een eigen visie te ontwikkelen, successen te vieren en gezamenlijke uitdagingen te overwinnen.”

Benieuwd naar het zakboekje? Het is gratis te downloaden of te bestellen via www.aafje.nl/opendeurbeleid.

Succesvolle aanpak Obesicare-revalidatie

Op de Obesicare-revalidatieafdeling van Aafje De Vijf Havens worden mensen met de ziekte morbide obesitas begeleid naar een gezonder en actiever leven. De unieke aanpak richt zich níet op gewichtsverlies, maar op het verbeteren van zowel de fysieke als mentale gezondheid. Een multidisciplinair team van zorgprofessionals ondersteunt revalidanten bij een duurzame terugkeer naar huis en het ontwikkelen van een gezonde levensstijl.

Persoonlijk revalidatietraject

Elk revalidatietraject op de Obesicare-afdeling is persoonlijk en op maat gemaakt. Plus: revalidanten kunnen altijd hun wensen en behoeften aangeven – hier wordt zo veel mogelijk rekening mee gehouden. In de trajecten ligt de nadruk vooral op herstel en beweging, maar ook op gezonde voeding en onderliggende factoren, zoals emotionele en sociale aspecten. Deze aanpak vraagt om een intensieve samenwerking tussen behandelaren: van fysio- tot ergotherapeut en van diëtist tot psycholoog.

Een dag op de revalidatieafdeling

  • 08.00 tot 10.00 uur: opstaan | zoveel mogelijk zelf wassen en aankleden | ontbijten (buffet) in de gezamenlijke woonkamer.
  • 10.00 tot 12.00 uur: oefentherapie met een behandelaar (fysiotherapeut, ergotherapeut, diëtist of psycholoog)(vier keer per week, 45 minuten).
  • 12.00 tot 13.00 uur: lunchen (buffet) in de gezamenlijke woonkamer.
  • 13.00 tot 15.00 uur: oefeningen doen.
  • 17.00 tot 18.00 uur: dineren (buffet) in de gezamenlijke woonkamer.

Eigen regie

Een belangrijk onderdeel van het herstel is het stimuleren van eigen regie. Wat zelf lukt, doet iemand zelf. ‘Zorgen met de handen op de rug’ noemen we dat bij Aafje. Cliënten stellen ook zelf hun hersteldoelen op. Deze betrokkenheid zorgt voor een grotere motivatie en daarmee voor een duurzamer (en sneller) herstel.

Ervaringsverhaal

Dat deze aanpak werkt blijkt uit de volgende ervaringsverhalen van twee revalidanten:
Mevrouw De Vries kwam na een heftige periode in het ziekenhuis terecht op de Obesicare-afdeling. Ze had zelfs een tijdje in coma gelegen en kon weinig tot niets meer zelf. De overgang van intensieve ziekenhuiszorg naar de revalidatie was zwaar. “De eerste dagen waren moeilijk”, vertelt ze. “Op de intensive care kreeg ik continu persoonlijke aandacht, maar hier moest ik leren om weer zelfstandiger te worden.

Ik was helemaal verlamd en had voor het minste of geringste hulp nodig. Maar de intakegesprekken waren heel fijn en we hebben samen duidelijke doelen opgesteld – samen met de ergo- en fysiotherapeut. Ik wilde zo snel mogelijk herstellen en ging vaker dan nodig naar de fysio. Hier hebben ze me wel een beetje in moeten remmen. Daar zijn ze heel scherp op, dat je echt op een goed tempo herstelt: stap voor stap is het devies.

Ik vond het eerst ook lastig om mij over te geven aan de persoonlijke verzorging. Dat was toch best intiem. Maar alle zorgcollega’s stelden me ontzettend gerust en op mijn gemak. ‘Het hoort erbij. We zijn er voor je en doen het met liefde’. Dat zorgde er wel voor dat ik er minder moeite mee had. Het contact met de mede-revalidanten vond ik ook fijn. We moedigden elkaar aan tijdens de fysio en elke kleine, persoonlijke overwinning werd gevierd. Je hebt echt iets aan elkaar. Dat geldt trouwens ook voor de specialisten. Ook de fysiotherapeut was trots op elke stap die ik zette tijdens de behandelingen, die echt gericht waren op mensen met overgewicht en niet ‘standaard’.

Ik vond het zelf soms nog wel lastig om het positieve te zien en was vaak nog bezig met wat ik níet kon. Maar dan blikten we even terug op hoe ik hier binnenkwam, en dan dacht ik: ‘ja, het gaat toch wel heel goed’. We hebben mijn reis ook gevisualiseerd en dat hielp heel erg. Dat maakte me trots. Het was een lange weg van drie maanden, maar ik ga met een heel goed gevoel en een gezonde balans terug naar huis.

Positieve omgeving

De kracht van de Obesicare-afdeling ligt dus in persoonlijke aandacht en teamwork. Cliënten worden gestimuleerd om in zichzelf te geloven, met handvatten om hun nieuwe leefstijl ook na de revalidatie vast te houden. Kleine successen worden bewust gevierd, wat de motivatie versterkt. Zo biedt Aafjes Obesicare-afdeling niet alleen begeleiding naar betere gezondheid, maar vooral ook naar meer zelfvertrouwen: een basis voor het verdere leven. 

Meer weten over deze afdeling klik hier.

Open deuren-methode: “Vakmanschap boven technologie”

Terwijl technologische oplossingen zoals domotica vaak als de standaard worden gezien voor het opendeurbeleid in de zorg, kiest Aafje, onder meer in ons Geriatrisch Expertisecentrum Smeetsland, bewust voor een andere weg. Vanuit de overtuiging dat de beste zorg voortkomt uit professioneel vakmanschap, hebben we een praktische methode om de balans tussen vrijheid en veiligheid te borgen ontwikkeld. Deze kennis delen wij nu met de hele sector via het gratis zakboekje ‘Open deuren … van idee naar werkelijkheid’.

De discussie over persoonsgerichte vrijheid in de (ouderen)zorg is actueler dan ooit. Zorgorganisaties worstelen dagelijks met de complexe afweging tussen het bieden van bewegingsvrijheid en het waarborgen van de veiligheid van cliënten. Vaak wordt hiervoor een beroep gedaan op techniek. Aafje stelt dat hiermee een belangrijk element verloren kan gaan: de professionele, menselijke afweging.

“Als zorgorganisaties worden we uitgedaagd om anders te denken: van beheersen naar begeleiden en van het sluiten van deuren naar het openen ervan. Dat vraagt om moed,” aldus Guy Buck, voorzitter van de Raad van Bestuur van Aafje. “Dit zakboekje is daarbij een waardevolle steun. Het biedt geen ingewikkelde theorie, maar een duidelijke richting en de praktische handvatten om, vanuit vakmanschap, die stap naar meer mensgerichte vrijheid te zetten.”

Het 64 pagina’s tellende zakboekje is een concrete handleiding die teams helpt om de theorie van een opendeurbeleid om te zetten in een succesvolle, dagelijkse praktijk. Naast een heldere visie bevat het een praktisch stappenplan, herkenbare casuïstiek en checklists met do’s en don’ts.

Het zakboekje bekijken of als exemplaar ontvangen? Dat kan! Bestel het boekje hier.

Intimiteit en seksualiteit in de ouderenzorg: waarom uw verwijzing er toe doet 

Intimiteit en seksualiteit zijn belangrijk voor iemands kwaliteit van leven. Door ziekte of ouderdom ontstaan er soms problemen op dit gebied. En die blijken vaak lastig bespreekbaar te maken. Ook voor zorgprofessionals en andere verwijzers. Het Expertiseteam Seksualiteit & Intimiteit van Aafje wil hier verandering in brengen. We stelden teamleden Anikó Hazelebach en Ashley de Sterke drie vragen. 

Waarom is het belangrijk om seksualiteit en intimiteit bespreekbaar te maken in de ouderenzorg, en welke rol speelt het Expertiseteam hierin?

“Seksualiteit en intimiteit horen bij het leven, ook op oudere leeftijd. Maar juist als mensen ouder of ziek worden, ontstaan er problemen op dit gebied”, legt Anikó (GZ-psycholoog en seksuoloog in opleiding) uit. “Jammer genoeg vragen zorgprofessionals hier nog weinig naar, terwijl er vaak veel speelt bij cliënten. Daardoor blijven zaken vaak onopgemerkt én onbehandeld.”

Ashley (verpleegkundig specialist en consulent seksuele gezondheid), vervolgt: “Huisartsen, psychologen en andere specialisten vinden het ingewikkeld om het gesprek hierover aan te gaan. Er is vaak sprake van handelingsverlegenheid of ze zijn bang dat er een probleem naar boven komt waar ze zelf geen oplossing voor hebben. Dat is niet gek. Want seksualiteit komt ook amper aan bod in opleidingen. Juist daarom is het Expertiseteam er: we helpen deze onderwerpen normaliseren, geven scholing, bieden behandeling én ondersteunen verwijzers.

In welke situaties kunnen verwijzers en teams een beroep doen op het Expertiseteam, en hoe ziet die ondersteuning er in de praktijk uit?

“Eigenlijk is geen vraag te gek en is onze expertise heel breed”, zegt Ashley. “Denk bijvoorbeeld aan individuele seksuologische behandeling bij erectiestoornissen of opwindingsproblemen. Maar ook aan begeleiding bij seksueel ontremd gedrag bij dementie.” Anikó vervolgt: “Ons team werkt multidisciplinair. Daar ligt onze kracht. Ashley kijkt mee vanuit het medische stuk en ik biedt psychologische begeleiding. Vaak hangen die factoren met elkaar samen. Zo vullen we elkaar mooi aan en kunnen we cliënten en hun naasten écht verder helpen.”

“Naast hulp op medisch en psychologisch vlak zijn we er ook als iemand zijn kennis bij wil schaven of een keer laagdrempelig wil overleggen; over een cliënt of over seksualiteit en intimiteit in het algemeen.” 

“Durf de vraag te stellen, ook als u de oplossing niet heeft. Want daarvoor zijn wij er.”

Een voorbeeld uit de praktijk:
Anikó: “Een man met de ziekte van Parkinson kwam via de fysiotherapeut van Aafje bij ons terecht. Hij had al langere tijd last van erectieproblemen, maar vond het erg lastig om dit bespreekbaar te maken. Na de intake was meneer zichtbaar geëmotioneerd, zo opgelucht was hij dat hij eindelijk zonder oordeel over dit onderwerp kon praten. Met onze begeleiding en ons medicatieadvies verdwenen zijn klachten uiteindelijk. Dit illustreert maar weer hoe belangrijk het is om dit soort onderwerpen bespreekbaar te maken.”

Wat willen jullie verwijzers en collega’s meegeven die het lastig vinden dit thema aan te kaarten?

Anikó: “Het helpt om het gesprek erover te normaliseren en het onderwerp geleidelijk aan te kaarten. Begin bijvoorbeeld altijd met een bruggetje, zoals: “We weten dat veel ouderen, of specifieker: MS-patiënten of mensen die een CVA hebben gehad, tegen dingen aanlopen op het gebied van intimiteit en seksualiteit. Mag ik u daar iets over vragen? Zo ja, hoe is dat voor u? De vraag stellen is het belangrijkst. Het is helemaal niet erg als je zelf niet alle antwoorden erop hebt. Want daarvoor zijn wij er.”

Ashley: “Het is ook wel goed om te weten dat het Expertiseteam iemand altijd verder helpt. Ook als we zelf niet de juiste hulp kunnen bieden, kijken we welke vervolgstappen wél passend zijn. Zoals een verwijzing naar een arts-seksuoloog in het ziekenhuis.”

Ook iemand doorverwijzen?

Vanaf 1 oktober kunnen verwijzers cliënten direct doorsturen via Zorgdomein. Voor andere vragen is het team bereikbaar via intimiteit@aafje.nl.

25 jaar Afasie Trainingscentrum

Dit jaar viert het Afasie Trainingscentrum (ATC) van Aafje haar 25-jarig bestaan. Al sinds de oprichting is het centrum een waardevolle plek in Nederland. Waar iedereen met een taalstoornis, vaak als gevolg van een beroerte, elke dag werkt aan communicatie en zelfredzaamheid.

Taalactiviteiten

In tegenstelling tot de algemene dagbesteding draait het in het ATC (naast Aafje Meerweide in Rotterdam) helemaal om taal. Cliënten komen één of meerdere dagen per week, afhankelijk van hun behoefte en herstelproces. De dagen hebben een duidelijke structuur. Met groepsactiviteiten gericht op taalbegrip, woordvinding of schrijven. Daarnaast is er individuele logopedie en waar nodig bijvoorbeeld ergo- of fysiotherapie.

Altijd in ontwikkeling

Logopedisten en afasietherapeuten Anouk van der Keur en Marije van Meurs werken allebei al meer dan achttien jaar in het ATC. Ze hebben het centrum door de jaren zien veranderen, in positieve zin. Anouk: “Vroeger was het meer een dagvoorziening, waar naast taaloefeningen ook andere activiteiten werden aangeboden, zoals koken, gezelschapsspellen of creatieve bezigheden. Nu ligt de focus echt op communicatie en dat werkt heel goed.”

Contact met lotgenoten

Naast therapie is er veel ruimte voor contact met lotgenoten. Marije: “Mensen vinden veel steun en begrip bij elkaar.” Het is mooi om te zien dat ze elkaar vaak ook al begrijpen zónder woorden. Daarnaast worden mantelzorgers even ontlast, doordat hun partner of familielid hier een zinvolle dag heeft. Dat geeft eventjes lucht.”

Unieke rol

Het ATC is een van de weinige Afasie Trainingscentra in Nederland. “Hier komen echt alleen cliënten met afasie. Dat maakt ons bijzonder. Voor verwijzers zijn we dan ook dé plek om iemand naartoe te sturen en de revalidatie voort te zetten na bijvoorbeeld een ziekenhuisopname of een opname in een revalidatiecentrum. Ze weten: hier zit de kennis die nodig is”, vertelt Marije. Anouk vult aan: “En omdat we onderdeel zijn van Aafje, kunnen we makkelijk schakelen met andere zorgdisciplines. Dat maakt het behandeltraject completer en effectiever.”

Volop betrokkenheid

Dat het ATC veel betekent voor cliënten merken Anouk en Marije elke dag. Anouk: “Er is bijvoorbeeld een mevrouw die al twintig jaar komt en andere cliënten bezoeken het ATC ook al jaren. Soms zelfs iedere dag. Ze vinden de activiteiten leuk en nuttig en hebben het onderling ook gezellig. Met deze mensen bouw je echt een band op.” De waardering blijkt ook uit een bijzondere nalatenschap. Marije: “Een oud-cliënt liet ons na zijn overlijden een erfenis na. Voor nieuwe computers en ander materiaal. Daar zijn we natuurlijk heel blij mee.”

Uitdagingen

Toch zijn er ook uitdagingen. Vooral op het gebied van regelgeving. “Soms stopt de financiering als cliënten in een andere gemeente wonen. Terwijl er in hun eigen gemeente geen gespecialiseerd aanbod is voor afasiepatiënten. Dat is heel jammer”, zegt Marije. “Ook een indicatie aanvragen bij de gemeente duurt lang, tot wel dertien weken. Daardoor ligt de revalidatie eigenlijk te lang stil. Gelukkig kunnen we dan vaak wel alvast beginnen met logopedie in de eerstelijn.”

Wensen voor de toekomst

Wat betreft het doorverwijzen van cliënten hebben Anouk en Marije nog wel een wens. “De verwijzingen via ziekenhuizen en revalidatiecentra verlopen over het algemeen goed. Maar een verwijzing rechtstreeks via de huisarts komt bijna nooit voor. We hebben het idee dat huisartsen ons nog niet goed genoeg kennen”, aldus Anouk. “Daar is nog winst te behalen. Want hoe eerder iemand met afasie de juiste behandeling krijgt, hoe beter de resultaten in de komende 25 jaar”, zegt Marije tot slot. 

Meer weten of iemand doorverwijzen? Neem contact op met Anouk (anouk.van.der.keur@aafje.nl) of Marije (marije.van.meurs@aafje.nl). 

Revalideren bij Aafje

Patiënten die revalideren bij Aafje kunnen sneller naar huis. Dankzij de implementatie van een vernieuwd behandelpad is de gemiddelde ligduur in de Geriatrische Revalidatie Zorg (GRZ) succesvol teruggebracht. Deze verbetering is het resultaat van een intensievere, doelgerichte aanpak die structuur biedt, maar tegelijkertijd volledig is toegespitst op de individuele patiënt.

Voor u als verwijzer betekent dit een snellere doorstroom en een grotere beschikbaarheid van onze revalidatieplekken. Voor de patiënt betekent het een snellere, maar vooral ook betere terugkeer naar de eigen, vertrouwde omgeving.

De vraag die u wellicht heeft, is hoe een kortere opnameduur de kwaliteit van zorg kan verbeteren. Het antwoord ligt in ons nieuwe, gestructureerde behandelpad. Dit pad is gebaseerd op de goede voorbeelden en data-analyse, waardoor we precies weten welke interventies op welk moment het meeste effect hebben.

We hanteren één generiek behandelpad, maar de invulling is nooit standaard. Dit is de kern van ons succes. Het generieke pad functioneert als een routekaart die zorgt voor efficiëntie en duidelijkheid voor zowel ons team als de patiënt. Het omvat vaste evaluatiemomenten, een proactieve planning van het ontslag vanaf dag één en een intensievere samenwerking tussen al onze disciplines: van de specialist ouderengeneeskunde en fysiotherapeut tot de ergotherapeut, diëtist en psycholoog.

Meer informatie? Klik dan hier.

Aafje en PZC Dordrecht bundelen krachten voor toekomstbestendige ouderenzorg

Zorgorganisaties PZC Dordrecht en Aafje kondigen dinsdag 2 septemver aan de mogelijkheden van een juridische fusie te onderzoeken. Het doel is om in de regio Drechtsteden gezamenlijk een compleet en toekomstbestendig zorgaanbod voor ouderen te realiseren. De voorgenomen samenwerking krijgt vorm via een ‘moeder-dochter constructie’, waarbij PZC Dordrecht een zelfstandige dochter van Aafje wordt.

Beide organisaties hebben de ambitie om toonaangevend te zijn in de zorg voor ouderen in de Drechtsteden. Waar Aafje in de regio de toonaangevende partij is in de wijkverpleging en huishoudelijke hulp, is PZC Dordrecht de specialist in onder andere geriatrische revalidatiezorg en somatische zorg (behandeling en begeleiding van mensen met lichamelijke aandoeningen). Het zorgaanbod van beide organisaties zal ongewijzigd worden voortgezet en vult elkaar naadloos aan. Door de krachten te bundelen ontstaat een krachtige ketenpartner die ouderen zorg kan bieden van a tot z: van zorg thuis tot en met wonen in een verpleeghuis.

De samenwerking biedt aanzienlijke voordelen. Inwoners van de Drechtsteden krijgen toegang tot een completer zorgaanbod, waarbij de overgang tussen thuis wonen met huishoudelijke ondersteuning of wijkverpleging en eventuele opname in een verpleeghuis soepeler verloopt. De gebundelde expertise en slagkracht maken meer innovatie in de zorgketen mogelijk.

Voor PZC Dordrecht biedt de fusie meer zekerheid voor de voortzetting van haar professionalisering en de realisatie van de omvangrijke nieuwbouwplannen. Aafje versterkt haar positie in de Drechtsteden door toevoeging van somatische zorg en geriatrische revalidatie aan haar aanbod. Gezamenlijk worden de organisaties een interessante partner voor financiers en andere partijen in de regio, zoals zorgkantoren, verzekeraars en gemeenten.

Zowel PZC Dordrecht als Aafje benadrukken dat het een verkennend onderzoek betreft dat zorgvuldig wordt doorlopen. Beide organisaties hechten er sterk aan dat PZC Dordrecht als stichting blijft bestaan en dat de protestants-christelijke identiteit behouden blijft.

De Raden van Bestuur en de Raden van Toezicht zien de voorgenomen juridische fusie als een logische volgende stap, nadat de organisaties al succesvol samenwerken in de ZorgCoöperatie Drechtsteden. De medezeggenschapsorganen van beide organisaties zijn nauw bij het proces betrokken en hebben allemaal positief geadviseerd over de start van de verkenning.

We kijken ernaar uit om de expertise van PZC te integreren en samen te werken aan innovatie in de zorgketen. We verwachten eind 2025 een besluit te nemen over de voorgenomen juridische fusie.

8-uursdiensten en ‘anders werken’ in de wijk: zo doet Aafje het

Korte, gebroken diensten en eindeloos puzzelen om aan contracturen te komen? Met de pilot ‘Jouw contract, jouw bewuste keuze’ maken wij werken in de wijk aantrekkelijker en duurzamer. Door zorgmomenten beter over de dag te spreiden, kunnen collega’s grotere contracten krijgen, meer rust ervaren en een betere werk-privébalans opbouwen.

Van extra aandacht voor persoonlijke wensen tot de introductie van 8-uursdiensten en speciale routes voor gezinnen. Wij laten zien dat het anders kan. En met resultaat: meer werktevredenheid, minder personeelstekort en vooral: blije medewerkers en cliënten.

Lees meer over de achtergronden en resultaten in het volledige artikel op Nursing.

Digizorg: samenwerken op één platform

Sinds april is Marianne Laurman verpleegkundig leider voor het zorgpad COPD binnen Digizorg. Ze is ook al jarenlang longverpleegkundige in de wijkverpleging én heeft een achtergrond in het ziekenhuis. Deze ervaring zet Marianne graag in om verbinding te leggen in de zorgketen. Digizorg speelt hierin een belangrijke rol. “Hoe mooi is het als we met z’n allen kunnen optrekken om de zorg rondom COPD-patiënten zo optimaal mogelijk te maken?”

Dezelfde taal spreken

Digizorg is een digitaal platform dat zorgverleners uit verschillende domeinen samenbrengt. En zorgverleners en patiënten met elkaar verbindt. Marianne: “Met deze tool kunnen we sneller en beter met elkaar communiceren. Met als doel: sneller handelen en uiteindelijk de beste zorg verlenen.” Ook patiënten krijgen toegang – via een app. Hierin vinden ze informatie over hun behandeling en zien ze wie daarbij betrokken zijn. “We zijn ook bezig met een chatfunctie. Zodat patiënten zelf en snel contact kunnen leggen met hun behandelaren.”

Verbinding zoeken

Een van de belangrijkste taken van Marianne is het leggen van verbinding tussen die behandelaren. “Het ziekenhuis en de wijkverpleging staan bijvoorbeeld vaak ver van elkaar af. Ze weten niet altijd wat de ander doet. Mijn uitdaging is om al die werelden dichter bij elkaar te brengen: van ziekenhuis tot VVT en van huisarts tot fysiotherapeut. We hebben nu twee van de drie werksessies gehad, waarin we samen bepalen wat er nodig is op het platform. Iedereen is heel enthousiast. Er ontstaan goede gesprekken en initiatieven. Dan weet je: we zijn op de goede weg.”

Digizorg vervangt de bestaande systemen niet, maar sluit er juist op aan. Dat maakt het krachtig.

Idee van een ervaringsdeskundige

Marianne had eerst zo haar twijfels over Digizorg. “Ik dacht: alweer een app? Wat voegt dit toe?” Maar haar twijfel verdween al snel. “Digizorg vervangt de bestaande systemen niet, maar sluit er juist op aan. Dat maakt het krachtig.” Ook de visie van Digizorg – een toekomst waarin zorg moeiteloos digitaal samenwerkt en patiënten zelf de regie houden – spreekt haar aan. “Het mooie is dat het platform een idee is van een patiënt uit het Erasmus MC, die zelf merkte hoe versnipperd de zorg kan zijn.”

Vooruit kijken

De komende maanden staat er nog veel op de planning: de laatste werksessie, de technische voorbereidingen voor de eerste uitrol, het verder verzamelen van alle initiatieven én het stroomlijnen van het COPD-zorgpad en patiëntenproces.

“We beginnen klein en regionaal. Inmiddels zijn er 29 zorgaanbieders en 50.000 patiënten aangesloten en het uiteindelijke doel is dan ook landelijke dekking.” Maar zover is het nog niet. “We kijken bij de verdere aanpak ook naar andere zorgpaden. Want uiteindelijk verschilt het patiëntenproces niet veel van elkaar.”

Marianne sluit af met een oproep: “Werk je met COPD-patiënten of heb je een initiatief op dit gebied? Laat het me weten. Het draait tenslotte allemaal om samenwerking.”
Contact opnemen kan via mlaurman@aafje.nl of 06 4664 2214.